Kruiden en specerijen:

kruiden en specerijen
  • AllSpice. Dit wordt ook piment of Jamaïcapeper genoemd. De vruchtjes komen uit de Carabiën en in het bijzonder Jamaica. Ze zijn donkerrood en lijken veel op peperbessen. U koopt ze het beste ongemalen, want dan blijven de geuren in tact. U kunt ze zelf vijzelen, of vermalen in een pepermolen.
  • Anijs. Onder Anijs verstaan we de zaadkorrels van de anijsstruik die veelal groeit rond de Middellandse zee. Het lijkt wat op venkel, maar is toch duidelijk geuriger en sterker van smaak. Wie kent niet de anijsmelk of dranken als Pernod en Ricard. Lekker op een Frans terras. Je komt het tegen in thee, brood en bijvoorbeeld curries.
  • Basilicum. Basilicum heeft een wat peperachtige en citroenachtige geur. Het bevat vele etherische oliën die snel vervliegen. Eenmaal gesneden bewaart het niet lang zijn aroma. Dat geldt ook voor de gedroogde versies.
  • Bernage. Dit is de komkommerbloem, ook wel Borage genoemd. U kunt het alleen vers gebruiken en niet meekoken. Dit kruid zou hartversterkend werken.
  • Bieslook. Bieslook is familie van de welbekende ui. De blaadjes lijken veel op die van lente-uitjes. U kunt het zelf thuis gemakkelijk kweken.
  • Bladselderij. Rauw in salades en soepen of meegestoofd bij stoofgerechten.
  • Bonenkruid. Dit is een eenjarige tuinplant met een sterke smaak. Het wordt veel gebruikt met bruine bonen of stoofpotten en romige sauzen.
  • Bijvoet. Het groeit ook als onkruid langs de weg en heet dan Alsem. Het wordt gebruikt bij gebraden gevogelte, zoals gans.
  • Citroenmelisse. De Citroenmelisse ruikt sterk naar citroen, vandaar de naam. Citroenmelisse groeit vooral in Zuid-Europa. De verse blaadjes kunnen gesneden bij vele gerechten worden gebruikt. Laat het niet meekoken.
  • Dille. Overbekend en niet weg te denken. Het aroma is weliswaar zacht, maar al snel wordt te veel gebruikt waardoor de smaak gaat overheersen. Lekker in sauzen, salades en marinades.
  • Dragon. Wordt veel gebruikt bij kipgerechten en sauzen. De Russische Dragon is wat minder sterk dan de Franse. Gebruik het vers, anders verliest het snel zijn smaak.
  • Foelie. Dit komt van de muskaatnoot, maar is iets zachter van smaak. Het is goed te gebruiken in soepen, sauzen of bij vismaaltijden.
  • Gember. Dit is de wortelstok van de gemberplant. Verse Gember is vaak te koop in oosterse winkels.
  • Jeneverbes. Deze blauwzwarte bes is zeer bekend van het gelijknamige borreltje. Het heeft een kruidige en wat zoete smaak.
  • Kaneel. Kaneel wordt verkregen uit de binnenbast van de kaneelstruik. Het is bijvoorbeeld lekker bij appelgerechten of een warme wijndrank.
  • Kappertjes. Kappertjes zijn de bloemknopjes van de kappertjesstruik. Ze zijn lekker in salades, sauzen en ragouts. Het past ook prima bij gekookte rode zalm met een beetje mayonaise.
  • Kardemom. Kardemom wordt veel in de Indische keuken gebruikt. Het is tamelijk duur. Het wordt meestal gemalen gebruikt.
  • Kerrie. Kerrie hangt samen met curry, een gesmoord gerecht met veel saus. Het is een gelige poeder die bij ons veel wordt gebruikt in sauzen, soepen en dergelijke. En natuurlijk een curry.
  • Kervel. Kervel doet een beetje denken aan anijs. Snijdt het en meng het in een salade. Past ook prima bij een eigerecht.
  • Knoflook. Behoort tot de uienfamilie en heeft een sterke lucht. Bij velen bekend en het is gezond. De geur wordt niet altijd gewaardeerd, maar kan deels worden verdreven door te kauwen op wat peterselie.
  • Komijn. De bekende zaadjes van de gelijknamige kaas. U vindt het ook terug in allerlei stoofpotten.
  • Koriander. Wordt veel gebruikt in de Indonesische keuken, onder de naam ketoembar. Het is een apart smaakje waar je van moet houden.
  • Kruidnagel. De Kruidnagel komt van de kruidnagelboom die veel op de Molukken en Antillen voorkomt. Nederlanders vinden de smaak vaak wat sterk. Koop het liefst niet gemalen, want dat is zonde van smaak en geur.
  • Kummel. De zaadjes van de Kummel of karwij worden in kazen gebruikt. Je komt deze kruiden ook tegen in stoofpotten en koolgerechten.
  • Kurkuma. Dit is de Geelwortel, een wortelstok die veel lijkt op gember. Het is licht bitter en kruidig van smaak.
  • Laurierblad. Dit zijn gedroogde blaadjes met vele etherische oliën. Na te zijn meegekookt, verwijdert u de baadjes.
  • Lavas. Dit is de zogenaamde Maggiplant. De blaadjes lijken op selderij. U komt het veel tegen in soepen, salades en sausjes.
  • Majoraan. Deze wordt toegepast in het bereiden van worsten en aardappelgerechten.
  • Mierikswortel. De smaak is erg sterk. U kunt het geraspt gebruiken in sausjes of bij vlees. Vooral de Duitsers zijn er gek op.
  • Mosterdzaad. Er is een zwarte en een gele variant. De zwarte is duidelijk scherper van smaak. Het is zeker de moeite waard om hiermee, met wat azijn, uien en dragon, zelf eens mosterd te maken.
  • Munt. Er zijn diverse soorten munt. Muntsaus en muntthee zijn verfrissend en geliefd. De smaak is wel persoonlijk.
  • Nootmuskaat. Dit is de kern van de nootmuskaatvrucht. Bij te veel gebruik is de smaak overheersend.
  • Oregano. Het een wilde vorm van de veredelde marjolein. Het is vooral te verkrijgen in de zuidelijkere landen. Het is aromatisch en peperig van smaak.
  • Pimpernel. Dit zijn jonge blaadjes met een komkommerachtige smaak. Prima in salades en een kruidenazijn. Gebruik het wel vers, anders vervliegen geur en smaak.
  • Rode peperbes. De peperbes is, zoals de naam aangeeft, van een aan peper verwante struik. De smaak is kruidig maar toch niet sterk peperig.
  • Rozemarijn. Een kruid van rond de Middellandse Zee. Past prima bij de zuidelijke gerechten en lamsvlees. Lekker om mee te bakken en te stoven. Ook aardappelgerechten met wat olie en knoflook.
  • Saffraan. Het zijn meeldraden van een krokus. Het is wat bitter en geel van kleur. Het wordt veel toegepast bij een rijstgerecht en is standaard een onderdeel van de bouillabaisse.
  • Salie. Het zijn grijze blaadjes die een krachtige licht bittere smaak hebben. Het wordt gebruikt in vlees- en vissauzen en de saliemelk.
  • Selderij. Dit is onmisbaar in soepen. Het kan gewoon worden meegekookt. De selderijknol wordt als groente gebruikt.
  • Sesamzaad. Sesamzaad komt uit Azië. Het wordt regelmatig gebruikt op brood, bij taarten en in exotische gerechten.
  • Spaanse peper. Naarmate deze pepers rijper worden, worden ze roder. Maar let op. Dit zegt niet over de sterkte van de peper. Bekende verwante pepers zijn de cayennepeper en chilipeper. Gebruik daar niet te veel van.
  • Steranijs. Afkomstig van en Aziatische boom, wordt Steranijs of meegekookt of in een vijzel fijngemaakt. Het smaakt veel kruidiger dan de gewone anijs.
  • Sterrenkers. Deze zijn licht bitter en erg lekker als slaatje. Lekker zijn ze ook met wat citroensap en suiker. Er zijn vele mogelijkheden.
  • Tijm. Vers is dit kruid verreweg te prefereren, maar het is ook droog te gebruiken. Het kruidt bijvoorbeeld soepen, sauzen en ovenschotels.
  • Vanille. Vanille komt van een wat orchidee achtige plant in Mexico. De stokjes kunnen in het geheel worden meegekookt. Natuurlijk kunt u het merg er ook gewoon uit halen.
  • Venkel. Van dit eenjarige kruid worden zowel de blaadjes, als zaden en knollen gebruikt.
  • Ve-tsin. Dit kristalachtige poeder wordt regelmatig in de Chinese keuken gebruikt. Het versterkt vooral de smaken van de andere ingrediënten. Deze smaakversterker wordt in de Chinese keuken weliswaar al zeer lang gebruikt, maar wij westerlingen kunnen er niet altijd even goed tegen.
  • Waterkers. Waterkers groeit in stromend water. Het is lekker in salades en vitaminerijk.
  • Zuring. Deze plant groeit in het wild, maar wordt ook gekweekt. De blaadjes kunnen in salades worden gebruikt. De groente lijkt op Rabarber.